't Handboek JOTA-JOTI JOTA-JOTI logo

Home > On the Air (JOTA) > Microfoonvrees en tegenstations
« vorige volgende »

Microfoonvrees en tegenstations

Tijdens de JOTA zul je merken dat het niet altijd even makkelijk is om een verbinding te maken. Zowel apparatuur als condities hebben natuurlijk hun beperkingen maar uiteindelijk blijft je afhankelijk van de activiteit op de verschillende frequenties en de welwillendheid van andere zendamateurs en stations om tijd te nemen voor een QSO tussen scouts.

Hoewel de regels en afspraken duidelijk zijn komt het helaas maar al te vaak voor dat andere stations een frequentie overnemen terwijl iemand wel klaar is met zijn QSO maar nog een volgende oproep doet.

JOTA-stations zijn vooral gebaat bij duidelijke Nederlandstalige tegenstations die de tijd nemen voor een verbinding zodat de scouts zelf aan het woord komen. Het gebrek hieraan en de voorgaande redenen maken het zenden dan ook ongeschikt om binnen een programma voor een bepaalde tijd in te plannen. Het zenden is bij voorbaat dus alleen geschikt als een inloopactiviteit. Het is aan de leiding om voldoende kinderen achter de microfoons te krijgen. Tegenstations kunnen ook kunstmatig geregeld worden door vooraf of desnoods tijdens de JOTA (telefonisch) contact te leggen met staf van omliggende stations om op een bepaalde tijd en frequentie bij elkaar te komen. Dit gebeurt al op ruime schaal vooral voor DWEK-programma’s op de zaterdag.

Op deze wijze is succes gegarandeerd. Voor de scouts en oudere leeftijden kan het inloopsysteem met succes worden gehanteerd. Zij zijn sneller geneigd even te wachten: er is genoeg te zien en te horen bij een shack.

Wanneer een verbinding tot stand komt is de beurt aan de scouts zelf. Hoewel sommigen geen probleem hebben met vrolijk erop los babbelen is het voor menigeen niet zo makkelijk. Er is sprake van een bepaalde koudwater- of microfoonvrees. Wat zeg je nu tegen iemand die je niet kent? Ten eerst zul je aandacht moeten besteden aan de apparatuur: hoe druk je een microfoon in en wanneer ben je aan de beurt? Dit is snel geleerd. Voor het overige geldt dat enthousiasme leidend is.

Laat zien hoe je praat, doe het even voor en oefen het voorafgaand aan de JOTA. Vanaf DWEK-leeftijd is het internationaal spellingsalfabet aan te leren en dit vergemakkelijkt het contact. Leer kinderen hoe hun naam te spellen en zie hoe verbaasd ze zijn als het tegenstation deze in zijn geheel herhaalt. Oefen een gesprek via een portofoon. Leg een lijstje neer met onderwerpen waarover ze kunnen vertellen. Tenslotte geldt ook dat onbekend onbemind maakt. Het is daarom niet erg om scouts zelf met enige overtuigingskracht gewoon achter de microfoon te zetten. Maak het QSO interessant en wees creatief.

Aanvullend op het stuk enthousiasme kun je naast de zender een papier leggen met praktische informatie die de scout helpt bij de verbinding. Ook de inrichting van de shack helpt bij het verhelpen van microfoonvrees. meer informatie bij 'inrichting van de shack'.

Betsie, 2005 PI4YSM/J: “zijn er nog lekkere jongens aan die kant?”